Genesis 36:20-39

Statenvertaling · Esaus nakomelingen

20Dit zijn de zonen van Seir, den Horiet, inwoners van dat land: Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana,

21En Dison, en Ezer, en Disan; dat zijn de vorsten der Horieten, zonen van Seir, in het land van Edom.

22En de zonen van Lotan waren Hori en Hemam; en Lotans zuster was Timna.

23En dit zijn de zonen van Sobal: Alvan en Manahath, en Ebal, en Sefo, en Onam.

24En dit zijn de zonen van Zibeon: Aja en Ana, hij is die Ana, die de muilen in de woestijn gevonden heeft, toen hij de ezels van zijn vader Zibeon weidde.

25En dit zijn de zonen van Ana: Dison; en Aholibama was de dochter van Ana.

26En dit zijn de zonen van Dison: Hemdan, en Esban, en Ithran, en Cheran.

27Dit zijn de zonen van Ezer: Bilhan, en Zaavan, en Akan.

28Dit zijn de zonen van Disan: Uz en Aran.

29Dit zijn de vorsten der Horieten: de vorst Lotan, de vorst Sobal, de vorst Zibeon, de vorst Ana.

30De vorst Dison, de vorst Ezer, de vorst Disan; dit zijn de vorsten der Horieten, naar hun vorsten in het land Seir.

31En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.

32Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.

33En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.

34En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.

35En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.

36En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.

37En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

38En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.

39En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

Lees heel Genesis 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 36:20-39 in de interactieve Bijbel →