Genesis 33:6-9

Statenvertaling · Jakob met Esau verzoend

6Toen traden de dienstmaagden toe, zij en haar kinderen, en zij bogen zich neder.

7En Lea trad ook toe, met haar kinderen, en zij bogen zich neder; en daarna trad Jozef toe en Rachel, en zij bogen zich neder.

8En hij zeide: Voor wien is u al dit heir, dat ik ontmoet heb? En hij zeide: Om genade te vinden in de ogen mijns heren!

9Maar Ezau zeide: Ik heb veel, mijn broeder! het zij het uwe, wat gij hebt!

Lees heel Genesis 33 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 33:6-9 in de interactieve Bijbel →