Genesis 3:1-5

Statenvertaling · De eerste zonde

1De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?

2En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten;

3Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft.

4Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven;

5Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.

Lees heel Genesis 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 3:1-5 in de interactieve Bijbel →