Statenvertaling · Mozes vraagt de heerlijkheid des Heren te zien
5En de HEERE had tot Mozes gezegd: Zeg tot de kinderen Israels: Gij zijt een hardnekkig volk; in een ogenblik zou Ik in het midden van ulieden optrekken, en zou u vernielen; doch nu, legt uw sieraad van u af, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal.
6De kinderen Israels dan beroofden zichzelven van hun versierselen, verre van den berg Horeb.