Statenvertaling · Het bewaren van Christus’ geboden
12Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.
13Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.