Zefanja 3:6-7

Statenvertaling · Jeruzalem onbekeerlijkheid verweten

6Ik heb de heidenen uitgeroeid, hun hoeken zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.

7Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven.

Lees heel Zefanja 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Zefanja 3:6-7 in de interactieve Bijbel →