Zefanja 1:4-6

Statenvertaling · Opschrift

4En Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda, en tegen alle inwoners van Jeruzalem; en Ik zal uit deze plaats uitroeien het overblijfsel van Baal, en den naam der Chemarim met de priesters;

5En die zich nederbuigen op de daken voor het heir des hemels, en die zich nederbuigende zweren bij den HEERE, en zweren bij Malcham;

6En die terugkeren van achter den HEERE; en die den HEERE niet zoeken, en vragen naar Hem niet.

Lees heel Zefanja 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Zefanja 1:4-6 in de interactieve Bijbel →