Zacharia 6:2-7

Statenvertaling · Het achtste gezicht: de vier wagens

2Aan den eersten wagen waren rode paarden; en aan den tweeden wagen waren zwarte paarden.

3En aan den derden wagen witte paarden; en aan den vierden wagen hagelvlekkige paarden, die sterk waren.

4En ik antwoordde, en zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze, mijn Heere?

5En de Engel antwoordde, en zeide tot mij: Deze zijn de vier winden des hemels, uitgaande van daar zij stonden voor den Heere der ganse aarde.

6Aan welken wagen de zwarte paarden zijn, die paarden gaan uit naar het Noorderland; en de witte gaan uit, dezelve achterna; en de hagelvlekkige gaan uit naar het Zuiderland.

7En die sterke paarden gingen uit, en zochten voort te gaan, om het land te doorwandelen; want Hij had gezegd: Gaat heen, doorwandelt het land. En zij doorwandelden het land.

Lees heel Zacharia 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Zacharia 6:2-7 in de interactieve Bijbel →