Statenvertaling · Het zesde gezicht: de vliegende boekrol
6En ik zeide: Wat is dat? En Hij zeide: Dit is een efa, die voortkomt. Verder zeide Hij: Dit is het oog over henlieden in het ganse land.
7En ziet, een plaat van lood werd opgeheven, en er was een vrouw, zittende in het midden der efa.
8En Hij zeide: Deze is de goddeloosheid; en Hij wierp ze in het midden van de efa; en Hij wierp het loden gewicht op den mond derzelve.
9En ik hief mijn ogen op, en ik zag; en ziet, twee vrouwen kwamen voort, en wind was in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen, als de vleugelen eens ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den hemel.
10Toen zeide ik tot den Engel, Die met mij sprak: Waarhenen brengen zij deze efa?