Zacharia 3:8-9

Statenvertaling · Het vierde gezicht: Jozua gerechtvaardigd

8Hoor nu toe, Josua, gij hogepriester! gij en uw vrienden, die voor uw aangezicht zitten, want zij zijn een wonderteken; want ziet, Ik zal Mijn Knecht, de SPRUITE, doen komen.

9Want ziet, aangaande dien steen, welken Ik gelegd heb voor het aangezicht van Josua, op dien enen steen zullen zeven ogen wezen; ziet, Ik zal zijn graveersel graveren, spreekt de HEERE der heirscharen, en Ik zal de ongerechtigheid dezes lands op een dag wegnemen.

Lees heel Zacharia 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Zacharia 3:8-9 in de interactieve Bijbel →