Spreuken 1:10-17

Statenvertaling · De strekking der spreuken

10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

11Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;

12Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;

13Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.

14Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.

15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

16Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.

17Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte;

Lees heel Spreuken 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 1:10-17 in de interactieve Bijbel →