Ruth 2:9-10

Statenvertaling · Ruth ontmoet Boaz

9Uw ogen zullen zijn op dit veld, dat zij maaien zullen, en gij zult achter haarlieden gaan; heb ik den jongens niet geboden, dat men u niet aanroere? Als u dorst, zo ga tot de vaten, en drink van hetgeen de jongens zullen geschept hebben.

10Toen viel zij op haar aangezicht, en boog zich ter aarde, en zij zeide tot hem: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben?

Lees heel Ruth 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ruth 2:9-10 in de interactieve Bijbel →