Statenvertaling · Abraham gerechtvaardigd door het geloof
21En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.
22Daarom is het hem ook tot rechtvaardigheid gerekend.
23Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is;
24Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft;
25Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.