Romeinen 16:5-17

Statenvertaling · Groeten

5Groet ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Christus.

6Groet Maria, die veel voor ons gearbeid heeft.

7Groet Andronikus en Junias, mijn magen, en mijn medegevangenen, welke vermaard zijn onder de apostelen, die ook voor mij in Christus geweest zijn.

8Groet Amplias, mijn beminde in den Heere.

9Groet Urbanus, onzen medearbeider in Christus, en Stachys, mijn beminde.

10Groet Apelles, die beproefd is in Christus. Groet hen, die van het huisgezin van Aristobulus zijn.

11Groet Herodion, die van mijn maagschap is. Groet hen, die van het huisgezin van Narcissus zijn, degenen namelijk, die in den Heere zijn.

12Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die in den Heere arbeiden. Groet Persis, de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in den Heere.

13Groet Rufus, den uitverkorene in den Heere, en zijn moeder en de mijne.

14Groet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders, die met hen zijn.

15Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen, die met henlieden zijn.

16Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden.

17En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve.

Lees heel Romeinen 16 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Romeinen 16:5-17 in de interactieve Bijbel →