Romeinen 1:21-23

Statenvertaling · Schrijver – Lezers – Groet

21Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden;

22Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;

23En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten.

Lees heel Romeinen 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Romeinen 1:21-23 in de interactieve Bijbel →