Rechters 9:38-42

Statenvertaling · Abimeleks koningschap te Sichem

38Toen zeide Zebul tot hem: Waar is nu uw mond, waarmede gij zeidet: Wie is Abimelech, dat wij hem zouden dienen? is niet dit het volk, dat gij veracht hebt? trek toch nu uit en strijd tegen hem!

39En Gaal trok uit voor het aangezicht der burgeren van Sichem, en hij streed tegen Abimelech.

40En Abimelech jaagde hem na, want hij vlood voor zijn aangezicht; en er vielen vele verslagenen tot aan de deur der stads poort.

41Abimelech nu bleef te Aruma; en Zebul verdreef Gaal en zijn broederen, dat zij te Sichem niet mochten wonen.

42En het geschiedde des anderen daags dat het volk uittrok in het veld, en zij zeiden het Abimelech aan.

Lees heel Rechters 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Rechters 9:38-42 in de interactieve Bijbel →