Statenvertaling · Het lied van Debora
1Voorts zong Debora, en Barak, de zoon van Abinoam, ten zelven dage, zeggende:
2Looft den HEERE, van het wreken der wraken in Israel, van dat het volk zich gewillig heeft aangeboden.
3Hoort, gij koningen, neemt ter oren, gij vorsten! Ik, den HEERE zal ik zingen, ik zal den HEERE, den God Israels, psalmzingen.