Rechters 13:11-13

Statenvertaling · De geboorte van Simson

11Toen stond Manoach op, en ging zijn huisvrouw na; en hij kwam tot dien Man, en zeide tot Hem: Zijt gij die Man, Dewelke tot deze vrouw gesproken hebt? En Hij zeide: Ik ben het.

12Toen zeide Manoach: Nu, dat Uw woorden komen; maar wat zal des knechtjes wijze en zijn werk zijn?

13En de Engel des HEEREN zeide tot Manoach: Van alles, wat Ik tot de vrouw gezegd heb, zal zij zich wachten.

Lees heel Rechters 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Rechters 13:11-13 in de interactieve Bijbel →