Rechters 11:37-38

Statenvertaling · Jefta en Ammon

37Voorts zeide zij tot haar vader: Laat deze zaak aan mij geschieden: Laat twee maanden van mij af, dat ik heenga, en ga tot de bergen, en bewene mijn maagdom, ik en mijn gezellinnen.

38En hij zeide: Ga heen; en hij liet haar twee maanden gaan. Toen ging zij heen met haar gezellinnen, en beweende haar maagdom op de bergen.

Lees heel Rechters 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Rechters 11:37-38 in de interactieve Bijbel →