Rechters 1:34-36

Statenvertaling · De Israëlieten na de dood van Jozua

34En de Amorieten drongen de kinderen van Dan in het gebergte; want zij lieten hun niet toe, af te komen in het dal.

35Ook wilden de Amorieten wonen op het gebergte van Heres, te Ajalon, en te Saalbim; maar de hand van het huis van Jozef werd zwaar, zodat zij cijnsbaar werden.

36En de landpale der Amorieten was van den opgang van Akrabbim, van den rotssteen, en opwaarts heen.

Lees heel Rechters 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Rechters 1:34-36 in de interactieve Bijbel →