Psalmen 91:9-12

Statenvertaling · Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten woont

9Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;

10U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen.

11Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.

12Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.

Lees heel Psalmen 91 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 91:9-12 in de interactieve Bijbel →