Psalmen 88:1-8

Statenvertaling · Gebed in dodelijke ziekte

1Een lied, een psalm voor de kinderen van Korach, voor den opperzangmeester, op Machalath Leannoth; een onderwijzing van Heman, den Ezrahiet.

2O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U.

3Laat mijn gebed voor Uw aanschijn komen; neig Uw oor tot mijn geschrei.

4Want mijn ziel is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf.

5Ik ben gerekend met degenen, die in de kuil nederdalen; ik ben geworden als een man, die krachteloos is;

6Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand.

7Gij hebt mij in den ondersten kuil gelegd, in duisternissen, in diepten.

8Uw grimmigheid ligt op mij; Gij hebt mij nedergedrukt met al Uw baren. Sela.

Lees heel Psalmen 88 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 88:1-8 in de interactieve Bijbel →