Psalmen 78:2-19

Statenvertaling · De les der geschiedenis

2Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her;

3Die wij gehoord hebben en weten ze, en onze vaders ons verteld hebben.

4Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.

5Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in Israel; die Hij onzen vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden bekend maken;

6Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen;

7En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;

8En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.

9(De kinderen van Efraim, gewapende boogschutters, keerden om ten dage des strijds.)

10Zij hielden Gods verbond niet, en weigerden te wandelen in Zijn wet.

11En zij vergaten Zijn daden, en Zijn wonderen, die Hij hun had doen zien.

12Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, in het veld van Zoan.

13Hij kliefde de zee, en deed er hen doorgaan; en de wateren deed Hij staan als een hoop.

14En Hij leidde hen des daags met een wolk, en den gansen nacht met een licht des vuurs.

15Hij kliefde de rotsstenen in de woestijn, en drenkte hen overvloedig, als uit afgronden.

16Want Hij bracht stromen voort uit de steenrots, en deed de wateren afdalen als rivieren.

17Nog voeren zij wijders voort tegen Hem te zondigen, verbitterende den Allerhoogste in de dorre wildernis.

18En zij verzochten God in hun hart, begerende spijs naar hun lust.

19En zij spraken tegen God, zij zeiden: Zou God een tafel kunnen toerichten in de woestijn?

Lees heel Psalmen 78 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 78:2-19 in de interactieve Bijbel →