Psalmen 78:10-28

Statenvertaling · De les der geschiedenis

10Zij hielden Gods verbond niet, en weigerden te wandelen in Zijn wet.

11En zij vergaten Zijn daden, en Zijn wonderen, die Hij hun had doen zien.

12Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, in het veld van Zoan.

13Hij kliefde de zee, en deed er hen doorgaan; en de wateren deed Hij staan als een hoop.

14En Hij leidde hen des daags met een wolk, en den gansen nacht met een licht des vuurs.

15Hij kliefde de rotsstenen in de woestijn, en drenkte hen overvloedig, als uit afgronden.

16Want Hij bracht stromen voort uit de steenrots, en deed de wateren afdalen als rivieren.

17Nog voeren zij wijders voort tegen Hem te zondigen, verbitterende den Allerhoogste in de dorre wildernis.

18En zij verzochten God in hun hart, begerende spijs naar hun lust.

19En zij spraken tegen God, zij zeiden: Zou God een tafel kunnen toerichten in de woestijn?

20Ziet, Hij heeft den rotssteen geslagen, dat er wateren uitvloeiden, en beken overvloediglijk uitbraken, zou Hij ook brood kunnen geven? Zou Hij Zijn volke vlees toebereiden?

21Daarom hoorde de HEERE, en werd verbolgen; en een vuur werd ontstoken tegen Jakob, en toorn ging ook op tegen Israel;

22Omdat zij in God niet geloofden, en op Zijn heil niet vertrouwden.

23Daar Hij den wolken van boven gebood, en de deuren des hemels opende;

24En regende op hen het Man om te eten, en gaf hun hemels koren.

25Een iegelijk at het brood der Machtigen; Hij zond hun teerkost tot verzadiging.

26Hij dreef den oostenwind voort in den hemel, en voerde den zuidenwind aan door Zijn sterkte;

27En regende op hen vlees als stof, en gevleugeld gevogelte als zand der zeeen;

28En deed het vallen in het midden zijns legers, rondom zijn woningen.

Lees heel Psalmen 78 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 78:10-28 in de interactieve Bijbel →