Statenvertaling · Toch is God goed voor de oprechten
24Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.
25Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
26Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.