Psalmen 65:8-13

Statenvertaling · Danklied voor Gods rijke zegen

8Die het bruisen der zeeen stilt, het bruisen harer golven, en het rumoer der volken.

9En die op de einden wonen, vrezen voor Uw tekenen; Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.

10Gij bezoekt het land, en hebbende het begerig gemaakt, verrijkt Gij het grotelijks; de rivier Gods is vol waters; wanneer Gij het alzo bereid hebt, maakt Gij hunlieder koren gereed.

11Gij maakt zijn omgeploegde aarde dronken; Gij doet ze dalen in zijn voren; Gij maakt het week door de druppelen; Gij zegent zijn uitspruitsel.

12Gij kroont het jaar Uwer goedheid; en Uw voetstappen druipen van vettigheid.

13Zij bedruipen de weiden der woestijn; en de heuvelen zijn aangegord met verheuging. De velden zijn bekleed met kudden, en de dalen zijn bedekt met koren; zij juichen, ook zingen zij.

Lees heel Psalmen 65 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 65:8-13 in de interactieve Bijbel →