Statenvertaling · Het geluk der goddelozen is onbestendig
26Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening.
27Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.
28Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.