Psalmen 31:9-13

Statenvertaling · Gebed in nood

9En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.

10Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

11Want mijn leven is verteerd van droefenis, en mijn jaren van zuchten; mijn kracht is vervallen door mijn ongerechtigheid, en mijn beenderen zijn doorknaagd.

12Vanwege al mijn wederpartijders ben ik, ook mijn naburen, grotelijks tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien, vlieden van mij weg.

13Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven vat.

Lees heel Psalmen 31 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 31:9-13 in de interactieve Bijbel →