Statenvertaling · Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?
11Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.
12Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.
13Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.