Psalmen 139:15-24

Statenvertaling · Here, Gij doorgrondt en kent mij

15Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.

16Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

17Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!

18Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.

19O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij!

20Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen.

21Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?

22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.

23Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.

24En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.

Lees heel Psalmen 139 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 139:15-24 in de interactieve Bijbel →