Statenvertaling · De heerlijkheid van Gods wet
121Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.
122Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.
123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.