Psalmen 105:11-22

Statenvertaling · Lofpsalm op Gods heilsdaden

11Zeggende: Ik zal u geven het land Kanaan, het snoer van ulieder erfdeel.

12Als zij weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;

13En wandelden van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;

14Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:

15Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.

16Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf des broods.

17Hij zond een man voor hun aangezicht henen; Jozef werd verkocht tot een slaaf.

18Men drukte zijn voeten in den stok; zijn persoon kwam in de ijzers.

19Tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede des HEEREN doorlouterd.

20De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser der volken liet hem los.

21Hij zette hem tot een heer over zijn huis, en tot een heerser over al zijn goed;

22Om zijn vorsten te binden naar zijn lust, en zijn oudsten te onderwijzen.

Lees heel Psalmen 105 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 105:11-22 in de interactieve Bijbel →