Openbaring 18:7-8

Statenvertaling · De val van Babylon

7Zoveel als zij zichzelve verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.

8Daarom zullen haar plagen op een dag komen, namelijk dood, en rouw, en honger, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.

Lees heel Openbaring 18 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Openbaring 18:7-8 in de interactieve Bijbel →