Bijbels onderwerp · 15 Bijbelteksten · Statenvertaling
Prediker 3:1 1Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.
Hosea 10:12 12Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is den HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene.
Efeziërs 5:16 16Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn.
Kolossenzen 4:5 5Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, den bekwamen tijd uitkopende.
Jakobus 4:14 14Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.
1 Petrus 4:3 3Want het is ons genoeg, dat wij den voorgaande tijd des levens der heidenen wil volbracht hebben, en gewandeld hebben in ontuchtigheden, begeerlijkheden, wijnzuiperijen, brasserijen, drinkerijen en gruwelijke afgoderijen;
Psalmen 90:12 12Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.
Spreuken 6:6-11 6Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs; 7Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, 8Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst. 9Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan? 10Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende; 11Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.
Spreuken 24:30 30Ik ging voorbij den akker eens luiaards, en voorbij den wijngaard van een verstandeloos mens;
Spreuken 26:14 14Een deur keert om op haar herre, alzo de luiaard op zijn bed.
1 Korintiërs 6:19-20 19Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt? 20Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.
Efeziërs 4:28 28Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.
Efeziërs 5:15 15Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen.
Kolossenzen 3:23 23En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;
Kolossenzen 4:6 6Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →