Statenvertaling · De offergaven bij de inwijding van de tabernakel
21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
22Een geitenbok, ten zondoffer;
23En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.
24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.