Rome: Christenen in

Bijbels onderwerp · 4 Bijbelteksten · Statenvertaling

Romeinen 16:5-17 5Groet ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Christus. 6Groet Maria, die veel voor ons gearbeid heeft. 7Groet Andronikus en Junias, mijn magen, en mijn medegevangenen, welke vermaard zijn onder de apostelen, die ook voor mij in Christus geweest zijn. 8Groet Amplias, mijn beminde in den Heere. 9Groet Urbanus, onzen medearbeider in Christus, en Stachys, mijn beminde. 10Groet Apelles, die beproefd is in Christus. Groet hen, die van het huisgezin van Aristobulus zijn. 11Groet Herodion, die van mijn maagschap is. Groet hen, die van het huisgezin van Narcissus zijn, degenen namelijk, die in den Heere zijn. 12Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die in den Heere arbeiden. Groet Persis, de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in den Heere. 13Groet Rufus, den uitverkorene in den Heere, en zijn moeder en de mijne. 14Groet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders, die met hen zijn. 15Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen, die met henlieden zijn. 16Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden. 17En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve.

Filippenzen 1:12-18 12En ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen aan mij is geschied, meer tot bevordering van het Evangelie gekomen is; 13Alzo dat mijn banden in Christus openbaar geworden zijn in het ganse rechthuis, en aan alle anderen; 14En dat het meerder deel der broederen in den Heere, door mijn banden vertrouwen gekregen hebbende, overvloediger het Woord onbevreesd durven spreken. 15Sommigen prediken ook wel Christus door nijd en twist, maar sommigen ook door goedwilligheid. 16Genen verkondigen wel Christus uit twisting, niet zuiver, menende aan mijn banden verdrukking toe te brengen; 17Doch dezen uit liefde, dewijl zij weten, dat ik tot verantwoording van het Evangelie gezet ben. 18Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, hetzij onder een deksel, hetzij in der waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij, ja, ik zal mij ook verblijden.

Filippenzen 4:22 22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn.

2 Timotheüs 4:21 21Benaarstig u, om voor den winter te komen. U groet Eubulus, en Pudens, en Linus, en Klaudia, en al de broeders.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →