Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling
Job 39:19 19Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden?
Psalmen 33:17 17Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte.
Spreuken 21:31 31Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.
Jesaja 5:28 28Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hunner paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind.
Jeremia 4:13 13Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!
Jeremia 8:16 16Van Dan af wordt het gesnuif zijner paarden gehoord; het ganse land beeft van het geluid der briesingen zijner sterken; en zij komen daarhenen, dat zij het land opeten en diens volheid, de stad en die daarin wonen.
Job 39:20-25 20Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking. 21Het graaft in den grond, en het is vrolijk in zijn kracht; en trekt uit, den geharnaste tegemoet. 22Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard. 23Tegen hem ratelt de pijlkoker, het vlammig ijzer des spies en der lans. 24Met schudding en beroering slokt het de aarde op, en gelooft niet, dat het is het geluid der bazuin. 25In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.