Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling
Numeri 10:12 12En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.
Numeri 10:28-29 28Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden. 29Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.
Numeri 10:31 31En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.
Numeri 10:36 36En als zij rustte, zeide hij: Kom weder, HEERE! tot de tien duizenden der duizenden van Israel!
Numeri 10:11 11En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis.
Numeri 10:13-27 13Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes. 14Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab. 15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar. 16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon. 17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel. 18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur. 19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai. 20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel. 21Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen. 22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud. 23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur. 24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni. 25Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai. 26En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran. 27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.
Numeri 10:30 30Doch hij zeide tot hem: Ik zal niet gaan; maar ik zal naar mijn land en naar mijn maagschap gaan.
Numeri 10:32-35 32En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmede de HEERE bij ons weldoen zal, dat wij u ook weldoen zullen. 33Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren. 34En de wolk des HEEREN was des daags over hen, als zij uit het leger verreisden. 35Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!