Numeri 10:13-27

Statenvertaling · De trompetten

13Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.

14Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.

15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.

18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.

19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

21Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.

22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.

23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.

24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.

25Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.

26En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.

27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

Lees heel Numeri 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Numeri 10:13-27 in de interactieve Bijbel →