Bijbels onderwerp · 1 Bijbeltekst · Statenvertaling
Job 22:21-30 21Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen. 22Ontvang toch de wet uit Zijn mond, en leg Zijn redenen in uw hart. 23Zo gij u bekeert tot den Almachtige, gij zult gebouwd worden; doe het onrecht verre van uw tenten. 24Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken; 25Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver zijn; 26Want dan zult gij u over den Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen. 27Gij zult tot Hem ernstiglijk bidden, en Hij zal u verhoren; en gij zult uw geloften betalen. 28Als gij een zaak besluit, zo zal zij u bestendig zijn; en op uw wegen zal het licht schijnen. 29Als men iemand vernederen zal, en gij zeggen zult: Het zij verhoging; dan zal God den nederige van ogen behouden. 30Ja, Hij zal dien bevrijden, die niet onschuldig is, want hij wordt bevrijd door de zuiverheid uwer handen.