God: Werken van

Bijbels onderwerp · 24 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 1:10 10En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.

Genesis 1:18 18En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.

Genesis 1:21 21En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

Genesis 1:25 25En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

Deuteronomium 32:4 4Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.

Psalmen 26:7 7Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.

Psalmen 33:4 4Want des HEEREN woord is recht, en al Zijn werk getrouw.

Psalmen 40:5 5Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt, en niet omziet naar de hovaardigen, en die tot leugen afwijken.

Psalmen 66:3 3Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.

Psalmen 75:1 1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

Psalmen 86:8 8Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.

Psalmen 92:4-5 4Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp. 5Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.

Psalmen 111:2 2Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.

Psalmen 111:4 4Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.

Psalmen 111:6 6Caph. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volke bekend gemaakt; Lamed. hun gevende de erve der heidenen.

Psalmen 118:17 17Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEEREN vertellen.

Psalmen 136:2 2Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Psalmen 136:26 26Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Psalmen 139:14 14Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.

Prediker 3:11 11Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe.

Prediker 3:14 14Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht.

Psalmen 136:1 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;

Psalmen 136:3-25 3Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 4Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 5Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 6Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 7Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 8De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 9De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 10Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 11En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 12Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 13Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 14En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 15Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 16Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 17Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 18En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 19Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 20En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 21En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 22Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 23Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 24En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 25Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Jeremia 10:12 12Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →