Bijbels onderwerp · 11 Bijbelteksten · Statenvertaling
Deuteronomium 10:17 17Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt;
Job 36:5 5Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten.
Handelingen 10:34 34En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is;
Romeinen 2:11 11Want er is geen aanneming des persoons bij God.
Galaten 2:6 6En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht.
Job 37:24 24Daarom vreze Hem de lieden; Hij ziet geen wijzen van harte aan.
Handelingen 10:35 35Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.
Romeinen 2:6 6Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;
Efeziërs 6:8 8Wetende, dat zo wat goed een iegelijk gedaan zal hebben, hij datzelve van den Heere zal ontvangen, hetzij dienstknecht, hetzij vrije.
Kolossenzen 3:25 25Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.
1 Petrus 1:17 17En indien gij tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks werk, zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning;