Geluk

Bijbels onderwerp · 86 Bijbelteksten · Statenvertaling

Numeri 11:33 33Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.

Deuteronomium 33:29 29Welgelukzalig zijt gij, o Israel! wie is u gelijk? gij zijt een volk, verlost door den HEERE, het Schild uwer hulp, en Die een Zwaard is uwer hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinsdelijk aan u onderwerpen, en gij zult op hun hoogten treden!

Esther 5:9-11 9Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai. 10Doch Haman bedwong zich, en hij kwam tot zijn huis; en hij zond henen, en liet zijn vrienden komen, en Zeres, zijn huisvrouw. 11En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings.

Esther 5:13 13Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings.

Job 5:17-27 17Zie, gelukzalig is de mens, denwelken God straft; daarom verwerp de kastijding des Almachtigen niet. 18Want Hij doet smart aan, en Hij verbindt; Hij doorwondt, en Zijn handen helen. 19In zes benauwdheden zal Hij u verlossen, en in de zevende zal u het kwaad niet aanroeren. 20In den honger zal Hij u verlossen van den dood, en in den oorlog van het geweld des zwaards. 21Tegen den gesel der tong zult gij verborgen wezen, en gij zult niet vrezen voor de verwoesting, als zij komt. 22Tegen de verwoesting en tegen den honger zult gij lachen, en voor het gedierte der aarde zult gij niet vrezen. 23Want met de stenen des velds zal uw verbond zijn, en het gedierte des velds zal met u bevredigd zijn. 24En gij zult bevinden, dat uw tent in vrede is; en gij zult uw woning verzorgen, en zult niet feilen. 25Ook zult gij bevinden, dat uw zaad menigvuldig wezen zal, en uw spruiten als het kruid der aarde. 26Gij zult in ouderdom ten grave komen, gelijk de korenhoop te zijner tijd opgevoerd wordt. 27Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.

Job 15:21 21Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.

Job 20:5 5Dat het gejuich de goddelozen van nabij geweest is, en de vreugde des huichelaars voor een ogenblik?

Job 21:7 7Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen?

Job 21:12-13 12Zij heffen op met de trommel en de harp, en zij verblijden zich op het geluid des orgels. 13In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf.

Psalmen 1:1-6 1Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; 2Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht. 3Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. 4Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft. 5Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen. 6Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.

Psalmen 4:6-7 6Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE. 7Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!

Psalmen 16:11 11Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

Psalmen 17:14 14Met Uw hand van de lieden, o HEERE! van de lieden, die van de wereld zijn, welker deel in dit leven is, welker buik Gij vervult met Uw verborgen schat; de kinderen worden verzadigd, en zij laten hun overschot hun kinderkens achter.

Psalmen 36:8 8Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen.

Psalmen 37:1 1Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.

Psalmen 37:3-4 3Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid. 4En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.

Psalmen 37:7 7Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.

Psalmen 37:35-36 35Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvende goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom. 36Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.

Psalmen 40:8 8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.

Psalmen 52:7 7God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.

Psalmen 63:5 5Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.

Psalmen 73:3 3Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.

Psalmen 73:16-20 16Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen; 17Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte. 18Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen. 19Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen! 20Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.

Psalmen 98:4-8 4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt. 5Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs, 6Met trompetten en bazuinengeklank; juicht voor het aangezicht des Konings, des HEEREN. 7De zee bruise met haar volheid, de wereld met degenen, die daarin wonen. 8Dat de rivieren met de handen klappen, dat tegelijk de gebergten vreugde bedrijven,

Psalmen 100:1-2 1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE. 2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.

Psalmen 115:3 3Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.

Psalmen 128:1-2 1Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt. 2Want gij zult eten den arbeid uwer handen; welgelukzalig zult gij zijn, en het zal u welgaan.

Psalmen 133:1 1Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.

Psalmen 144:15 15Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig is het volk, wiens God de HEERE is.

Psalmen 146:5 5Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;

Spreuken 3:5 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

Spreuken 3:13-18 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt! 14Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud. 15Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken. 16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer. 17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede. 18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

Spreuken 14:13 13Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid.

Spreuken 14:21 21Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich der nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.

Spreuken 15:13 13Een vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen.

Spreuken 15:15 15Al de dagen des bedrukten zijn kwaad; maar een vrolijk hart is een gedurige maaltijd.

Spreuken 16:9 9Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.

Spreuken 16:20 20Die op het woord verstandelijk let, zal het goede vinden; en die op den HEERE vertrouwt, is welgelukzalig.

Spreuken 16:33 33Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE.

Spreuken 17:22 22Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.

Meer teksten bij Geluk

Onderwerpen onder Geluk

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →