Statenvertaling · Schrijver – Lezers – Groet
8Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;
9Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen.