Statenvertaling · Voorschrift betreffende de onreinen
16En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.
17En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.