Numeri 3:9-22

Statenvertaling · De Levieten

9Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.

10Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.

11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

12En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.

13Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

14En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:

15Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.

16En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.

17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

18En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.

19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

20En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.

21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

22Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.

Lees heel Numeri 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Numeri 3:9-22 in de interactieve Bijbel →