Statenvertaling · De offers der najaarsfeesten
4En een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
5En een geitenbok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen;
6Behalve het brandoffer der maand, en zijn spijsoffer, en het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen, naar hun wijze, ten liefelijken reuk, ten vuuroffer den HEERE.
7En op den tienden dezer zevende maand zult gij een heilige samenroeping hebben, en gij zult uw zielen verootmoedigen; geen werk zult gij doen;