Statenvertaling · Het dagelijks offer en de feestoffers
29Tot elk een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
30Een geitenbok, om voor u verzoening te doen.
31Behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, zult gij ze bereiden; zij zullen u volkomen zijn met hun drankofferen.