Numeri 27:8-11

Statenvertaling · Het erfrecht van dochters

8En tot de kinderen Israels zult gij spreken, zeggende: Wanneer iemand sterft, en geen zoon heeft, zo zult gij zijn erfenis op zijn dochter doen komen.

9En indien hij geen dochter heeft, zo zult gij zijn erfenis aan zijn broederen geven.

10Indien hij nu geen broederen heeft, zo zult gij zijn erfenis aan de broederen zijns vaders geven.

11Indien ook zijn vader geen broeders heeft, zo zult gij zijn erfenis geven aan zijn naastbestaande, die hem de naaste van zijn geslacht is, dat hij het erfelijk bezitte. Dit zal den kinderen Israels tot een inzetting des rechts zijn, gelijk als de HEERE Mozes geboden heeft.

Lees heel Numeri 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Numeri 27:8-11 in de interactieve Bijbel →