Numeri 26:8-36

Statenvertaling · Tweede telling van Israël

8En de zonen van Pallu waren Eliab.

9En de zonen van Eliab waren Nemuel, en Dathan, en Abiram; deze Dathan en Abiram waren de geroepenen der vergadering, die gekijf maakten tegen Mozes en tegen Aaron, in de vergadering van Korach, als zij gekijf tegen den HEERE maakten.

10En de aarde haar mond opendeed, en verslond hen met Korach, als die vergadering stierf, toen het vuur tweehonderd en vijftig mannen verteerde, en werden tot een teken.

11Maar de kinderen van Korach stierven niet.

12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

14Dat zijn de geslachten der Simeonieten: twee en twintig duizend en tweehonderd.

15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

16Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;

17Van Arod het geslacht der Arodieten; van Areli het geslacht der Arelieten.

18Dat zijn de geslachten der zonen van Gad, naar hun getelden: veertig duizend en vijfhonderd.

19De zonen van Juda waren Er en Onan; maar Er en Onan stierven in het land Kanaan.

20Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.

21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

22Dat zijn de geslachten van Juda, naar hun getelden: zes en zeventig duizend en vijfhonderd.

23De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;

24Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

25Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.

26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

27Dat zijn de geslachten der Zebulonieten, naar hun getelden: zestig duizend en vijfhonderd.

28De zonen van Jozef, naar hun geslachten, waren Manasse en Efraim.

29De zonen van Manasse waren: van Machir het geslacht der Machirieten; Machir nu gewon Gilead; van Gilead was het geslacht der Gileadieten.

30Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.

31En van Asriel het geslacht der Alrielieten; en van Sechem het geslacht der Sechemieten;

32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

33Doch Zelafead, de zoon van Hefer, had geen zonen, maar dochters; en de namen der dochteren van Zelafead waren: Machla en Noa, Hogla, Milka en Tirza.

34Dat zijn de geslachten van Manasse: en hun getelden waren twee en vijftig duizend en zevenhonderd.

35Dit zijn de zonen van Efraim, naar hun geslachten: van Sutelah het geslacht der Sutelahieten; van Becher het geslacht der Becherieten; van Tahan het geslacht der Tahanieten.

36En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.

Lees heel Numeri 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Numeri 26:8-36 in de interactieve Bijbel →